Weblog  |  Nichegeneuzel in de ruimte

Er begint zich een merkwaardige trend te ontwikkelen in autoland. Een bloedirritante ook nog eens, als je het mij vraagt. Er komen steeds meer auto’s met enórme ladingen plaatwerk, die vanbinnen tegelijkertijd belachelijk klein zijn. Ik zou een complete lijst kunnen samenstellen van nieuwe modellen waarbij de ontwikkelaars het belang van binnenruimte totaal lijken te zijn vergeten. Het ziet er allemaal steeds hipper en scherper uit, maar praktisch? Ho maar.

Het is wel zo eerlijk om hier bij te zeggen dat dit probleem zich vooral voordoet bij twee soorten modellen. Enerzijds de types die vallen in wat we nu nog een niche noemen: crossover-softroader-nepterreinwagenachtigen. Nissan Juke, Range Rover Evoque, Mini Countryman, Opel Mokka, Audi Q3, BMW X1 en ga zo maar door, allemaal redelijk grote auto’s die vanbinnen slechts een fractie bieden van wat je aan de buitenkant verwacht. En de stroom wordt alleen nog maar breder, met gelijkgezinden zoals de Renault Captur, Peugeot 2008, Mercedes-Benz GLA en Chevrolet Trax in de pijplijn. Sowieso ben ik geen fan van die hele klasse aan hoge derivaten van bestaande modellen. Natuurlijk ogen ze hartstikke dik, onderhuids schieten ze te kort in vergelijking met stationcars van gelijke grootte. Bovendien, al is dat een andere discussie, rijmen ze totaal niet met de wens om zuiniger en schoner te rijden. Maar ja, de autokoper schijnt om die hoge dingen te vragen…

En dan de tweede groep: de premium hatchbacks. De beautycasebak van de Lexus CT200h kun je eigenlijk niet eens een bagageruimte noemen, maar ook de Mercedes-Benz A-klasse en de Volvo V40 werken op je lachspieren zodra je de achterklep uit z’n sponning trekt. Zonder overdrijven: een BMW 1-serie is er ruim bij. Moet je voor de gein eens proberen om een weekendje weg te gaan met zo’n V40. Zolang je met zijn tweeën bent gaat het prima, maar o wee als je het in je hoofd haalt om mensen op de achterbank te proppen of meer dan twee weekendtassen achterin te leggen. Je wilt niet weten hoe snel dat kritisch wordt bij zo’n auto. Mensen die meer ruimte willen, moeten volgens de importeur maar uitwijken naar de tienduizend euro duurdere V60. Maar ja, de autokoper schijnt om die hippe dingen te vragen...

 
 
 

Over Roland Tameling

Hobby’s:
Ik ben niet zo van het benoemen van hobby’s, omdat dat zou betekenen dat je andere dingen meteen minder waardeert of op voorhand uit zou sluiten. En da’s zonde. Muziek bijvoorbeeld: het maakt me niet uit wat het is, als het maar lekker klinkt. Enkele dingen die ik overigens erg graag doe zijn reizen, lol maken met m’n vriendengroep en – hoe verrassend – autorijden tot ik erbij neerval.
 
Eerste auto:
Mijn eerste auto was de absolute droomwagen van velen. Tijdens de vele kilometers die ik in dat autotechnische hoogstandje afgelegd heb, kreeg ik onderweg zeldzaam veel blikken van bewondering. Of was het medelijden? Dat laatste zou best eens kunnen, want ik heb het over een witte (nou ja, eerder naar witgeel uitgeslagen) Volvo 340 DL driedeurs uit 1987, kenteken RS-68-NV. Een 1.4-tje mét Variomatic, jazeker. Ik vond hem drie maanden na mijn achttiende verjaardag in een smerige loods en mocht hem voor 50 euro meenemen. Nadat we de losgeroeste achterklep hadden vastgezet, hield het ding het toch nog negen maanden met me uit.
 
Droom:
Mijn droom is om zoveel mogelijk plekken van de wereld te hebben gezien. Bij voorkeur per auto natuurlijk. Ideeën te over: met een Smart van Amsterdam naar Vladiwostok rijden, dwars door Siberië en Mongolië. Of met een klassieke Cadillac Eldorado Biarritz een tocht door Amerika maken, van het plaatsje Cadillac in Michigan naar het stadje Eldorado in Texas. Van dat soort trips slaat mijn fantasie al snel op hol…
 
Eigenaardigheden:
Ik heb de irritante en hoogst overbodige neiging om kentekens te onthouden en auto’s in het donker te herkennen aan hun achterlichten. Soms echt op het neurotische af. Daarnaast ben ik met m’n 2.03 meter veel te groot voor sommige auto’s. Een Mazda MX-5 bijvoorbeeld betekent voor mij: met de benen in de nek en de nek in de wind.
 
Hoe gekomen bij AutoWeek:
In het jaar 2000 kwam ik als groen ventje van 15 een snuffelstage van twee weken lopen op de AutoWeek-redactie, toen nog gevestigd in Hoofddorp. Zes jaar later was ik student Journalistiek, en mocht ik voor het echte werk eens terug komen voor een serieuze stage. Nog een jaar later kreeg ik, nu als groen ventje van 22, de kans om redacteur te worden. En ja, werken bij AutoWeek had wat mij betreft inderdaad ook onder het kopje ‘droom’ kunnen staan.
 
 

 

 

Volg AutoWeek

© 2014 Sanoma Media Netherlands B.V.
Adverteren - Colofon - Contact - Copyright - Disclaimer - Privacy en cookiebeleid - RSS - Gebruiksvoorwaarden - Sitemap
AutoWeek.nl - onderdeel Sanoma Media Netherlands groep