Weblog | Gewichtig momentAl een kleine dertig jaar jaag ik op de handtekening van Alain Prost, mijn vroegere Formule 1-held. Alhoewel, de strooptocht ligt al heel wat jaren stil. Als jochie maakte ik er tijdens de GP van Nederland op het circuit van Zandvoort net als velen een sport van handtekeningen van coureurs te bemachtigen. En dat ging halverwege de jaren tachtig een stuk eenvoudiger dan nu, doordat de rijders tamelijk eenvoudig te benaderen waren en je je eenvoudig toegang tot de paddock verschafte. Later, toen de GP van Nederland niet meer werd verreden, beproefde ik mij geluk in België als het Formule 1-circus op het circuit van Spa Francorchamps neerstreek. En hoewel het jagen op een krabbel van de coureurs in toenemende mate ingewikkeld werd, heb ik door de jaren heen toch een hoop handtekeningen weten te verzamelen. Van Lauda, Arnoux, Alesi, Mansell, Alboreto, Brundle, Keke Rosberg noem ze maar op. Maar ironisch genoeg kreeg ik die van degene die ik destijds het meest bewonderde nooit te pakken. Waarom ik zo’n fan was? Ik weet het niet. Prost zijn calculerende en gecontroleerde optredens waren immers soms oersaai ten opzichte van de agressieve en dramatische rijstijl van bijvoorbeeld een Jean Alesi. Maar succesvol was-ie wel, die Prost, en wellicht was het juist dat succes waarop ik mij blindstaarde. Hoe dan ook, mijn Grand Prix-bezoeken werden met de jaren minder frequent en het handtekeningen jagen verwaterde. Maar tijdens het bezoek van de redactie aan het Goodwood Festival of Speed werd het jochie in mij weer wakker en begon het toch weer te kriebelen; de handtekeningenjacht. Ik wist namelijk dat Alain Prost er zou zijn, op ’t Goodwood-festival. En ineens stond hij dan voor mij, meer benaderbaar dan ooit een rijder in mijn jeugd was geweest, onder een rudimentair afdakje; naast z’n inmiddels klassieke Renault RE40 Formule 1-auto uit 1983 waarmee hij de hillclimb zou doen. Hij was ouder geworden, maar hij was nog steeds het kleine eigengereide Fransmannetje zoals ik mij ‘m herinnerde. Nu moest het gebeuren. Ik trok de stoute schoenen aan en liep op ‘m af. Vertelde ‘m dat ik al dertig jaar lang op z’n handtekening jaag en dat het grote moment nu eindelijk was aangebroken. Ik had niet het idee dat m’n opmerking, en meer nog de gewichtigheid van dit moment tot ‘m doordrong, maar geduldig glimlachend tekende hij mijn toegangsbewijs voor het Goodwood Estate. Zoals hij die dag waarschijnlijk al honderden handtekeningen had uitgedeeld. Maurice de Bouvère |
8 reacties | 13-07-2012 12:49
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Maurice de Bouvère
NAAM: Maurice de Bouvère
HOBBY’S: Verzamelen van miniatuuruitvoeringen van auto’s waarmee ik gereden heb. Het kleinste kamertje in huis is opgeofferd aan een aantal vitrines waarin ze staan te pronken.
EERSTE AUTO: Een Alfa GTV 2.0 uit 1977, die ik samen met een vriend beheerde en opknapte. Met z’n tweeën was autorijden als scholier immers beter te behappen dan alleen. Het lumineuze idee om de Italiaan in de Marlboro-kleuren te spuiten, zodat hij ogenschijnlijk rechtstreeks van het circuit kwam, had tot gevolg dat de Alfa-pret snel voorbij was. Oom agent maakte al kort nadat de auto de spuiterij verlaten had, ernstig bezwaar tegen de kleurcombinatie rood-wit; onze GTV vertoonde te veel overeenkomsten met een surveillancewagen van de hermandad. Nader onderzoek op het bureau bracht aan het licht dat er ook technisch wel het een en ander aan onze vierwieler schortte en het achterlaten van onze trots bleek de enige optie.
DROOM: Een klassieke cabriolet in de garage naast het huis. Beide zijn overigens een droom.
EIGENAARDIGHEDEN: Tja, wat moet je met een kamer vol miniaturen als je er nauwelijks naar omkijkt? In een stoel gaan zitten om er een uur naar te staren, doe ik niet. Blijkbaar is de wetenschap dat ik ze heb voldoende bevredigend.
HOE BIJ AUTOWEEK GEKOMEN: De bovenmatige interesse voor auto’s zat er al jong in. Als snotneus op m’n eerste skelter hoefde ik niet om te kijken om te zien welke auto op het punt stond langszij te komen; dat had ik aan het motorgeluid al lang gehoord. Naar merk en type hoefde ik op jonge leeftijd nooit te gissen. De benzine is in het bloed gebleven, en toen ik de kans kreeg om na enige omzwervingen bij AutoWeek aan de slag te kunnen, heb ik ook geen moment geaarzeld.
Laatste weblogs Maurice de Bouvère
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties |