Weblog | Gevaarlijke gekken!Vandaag trek ik even het boetekleed aan. Niet zo lang geleden heb ik namelijk achter het stuur zitten bellen. Rijdend, met honderd kilometer per uur, de telefoon in mijn hand. En dat mag niet. Uiteraard weet ik dat ook wel en het is uit pure luiheid dat ik mijn mobiel voor vertrek niet even aan de bluetooth-installatie heb gekoppeld. Ook dat zal ik niet ontkennen. Maar mijn lieve moeder belde – inderdaad, dit is een schaamteloze reeks aan ontboezemingen – en ik wist dat het dringend was, dus drukte ik op de groene toets en stond haar te woord. Tot zover mijn boetekleed. Want ik wil graag even iets tegen jullie aanhouden. Terwijl ik op mijn eigen rijbaan zat te bellen, begon er een medeweggebruiker (laat ik hem netjes omschrijven) in een Volkswagen Passat op mijn achterbumper te zitten. Letterlijk op een paar meter afstand zat-ie slingerend om mijn aandacht verlegen. Ik begon me steeds meer af te vragen wat hij in vredesnaam van me moest. Is het een gefrustreerde lezer ofzo, die onze oranje Audi Q3 Duurtester met stickers op de zijkant eens van dichtbij wil bekijken? Voor ik het weet, haalt de man (ik gok hem een jaar of 35, type theezakjesvertegenwoordiger) met flink snelheidsverschil in, smijt zijn auto voor de Duurtester en geeft een remactie. ‘Die vent is niet goed, joh’, hoor ik mezelf vloekend denken terwijl ik het relaas van moederlief aan hoor. Omdat mijn rijbaan zich naar rechts afbuigt, krijg ik de kans om naast hem te rijden en oogcontact te zoeken. Wat blijkt: hij windt zich vreselijk op over mijn belgedrag, en gebaart woedend dat ik mijn telefoon neer moet leggen. Feitelijk, volgens de wet bedoel ik dan, heeft hij gelijk. Maar wie is hier nu de grootste boosdoener? Ik ben ook heus niet heilig, dat is nu wel duidelijk, maar volgens mij ben ik in dit geval zeker niet degene die zich het gevaarlijkst gedraagt in het verkeer. Ik zit weliswaar te bellen maar blijf netjes op mijn rijbaan, rij de toegestane snelheid, zit niet te bumperkleven en rem al helemaal niemand uit. Moraalridders kunnen ook te ver gaan. Dus zeg het maar: wie is hier nu de gevaarlijkste gek? Roland Tameling |
106 reacties | 27-06-2012 11:00
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Roland Tameling
Hobby’s:
Ik ben niet zo van het benoemen van hobby’s, omdat dat zou betekenen dat je andere dingen meteen minder waardeert of op voorhand uit zou sluiten. En da’s zonde. Muziek bijvoorbeeld: het maakt me niet uit wat het is, als het maar lekker klinkt. Enkele dingen die ik overigens erg graag doe zijn reizen, lol maken met m’n vriendengroep en – hoe verrassend – autorijden tot ik erbij neerval.
Eerste auto:
Mijn eerste auto was de absolute droomwagen van velen. Tijdens de vele kilometers die ik in dat autotechnische hoogstandje afgelegd heb, kreeg ik onderweg zeldzaam veel blikken van bewondering. Of was het medelijden? Dat laatste zou best eens kunnen, want ik heb het over een witte (nou ja, eerder naar witgeel uitgeslagen) Volvo 340 DL driedeurs uit 1987, kenteken RS-68-NV. Een 1.4-tje mét Variomatic, jazeker. Ik vond hem drie maanden na mijn achttiende verjaardag in een smerige loods en mocht hem voor 50 euro meenemen. Nadat we de losgeroeste achterklep hadden vastgezet, hield het ding het toch nog negen maanden met me uit.
Droom:
Mijn droom is om zoveel mogelijk plekken van de wereld te hebben gezien. Bij voorkeur per auto natuurlijk. Ideeën te over: met een Smart van Amsterdam naar Vladiwostok rijden, dwars door Siberië en Mongolië. Of met een klassieke Cadillac Eldorado Biarritz een tocht door Amerika maken, van het plaatsje Cadillac in Michigan naar het stadje Eldorado in Texas. Van dat soort trips slaat mijn fantasie al snel op hol…
Eigenaardigheden:
Ik heb de irritante en hoogst overbodige neiging om kentekens te onthouden en auto’s in het donker te herkennen aan hun achterlichten. Soms echt op het neurotische af. Daarnaast ben ik met m’n 2.03 meter veel te groot voor sommige auto’s. Een Mazda MX-5 bijvoorbeeld betekent voor mij: met de benen in de nek en de nek in de wind.
Hoe gekomen bij AutoWeek:
In het jaar 2000 kwam ik als groen ventje van 15 een snuffelstage van twee weken lopen op de AutoWeek-redactie, toen nog gevestigd in Hoofddorp. Zes jaar later was ik student Journalistiek, en mocht ik voor het echte werk eens terug komen voor een serieuze stage. Nog een jaar later kreeg ik, nu als groen ventje van 22, de kans om redacteur te worden. En ja, werken bij AutoWeek had wat mij betreft inderdaad ook onder het kopje ‘droom’ kunnen staan.
Laatste weblogs Roland Tameling
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties |