Weblog | Trotse truckersAfgelopen weekend ben ik voor het eerst in mijn leven op het Truckstar Festival geweest. Onder het kopje ‘dat moet je toch eens gedaan hebben’ toog ik samen met mijn meisje naar het TT Circuit in Assen voor het grootste truckersfeest van het jaar. En ik moet zeggen, al wist ik niet precies wat ik moest verwachten, dat ik aangenaam verrast ben! Niet zozeer door de shows die de indrukwekkende monstertruck weg gaf, door de talloze kraampjes vol prullaria of door de sprintraces en caravanslaloms op start/finish, want dat soort dingen loop je ook op andere evenementen tegen het lijf. Nee, wat mij zo verbaasde, was de enorme sfeer van saamhorigheid. Een trucker is trots op wat hij (of zij) doet, zoveel is me nu wel duidelijk. De baan van Assen was zoals gewoonlijk het decor van een uitgebreide verzameling aan vrachtwagens; van diepladers tot takelkranen, van splinternieuw tot ‘ervaren’. Met de eigenaar ervoor, op een tuinstoel of aan een statafel met een biertje in de hand, en bijna zonder uitzondering zo trots als een pauw. Ervaringen worden uitgewisseld, sterke verhalen vliegen van mond tot mond en er is zowaar plaats voor oprechte bewondering voor elkaars spullen. Dat het sfeertje dan elke tien meter zo nodig moet worden ‘aangevuld’ met alwéér een ander nummer van ‘Koning der Piraten’ Jannes of een knaller van Het Feestteam, neem ik dan graag voor lief… Al slenterend over het nagenoeg onherkenbare asfalt van de legendarische Drentse baan begon ik me te realiseren hoe jammer het is dat we dit eigenlijk niet hebben in de wereld van personenauto’s. Die saamhorigheid, die waardering, de lol die je met een machine kunt hebben. Natuurlijk zul je tijdens evenementen van kleinschalige autoclubs best een vergelijkbare soort ‘band’ voelen, maar volgens mij blijven de meeste mensen een auto toch vooral zien als een gebruiksvoorwerp. Hoezeer trucks leven in Nederland, bleek wel op de terugweg. De bermen, viaducten en parkeerplaatsen van de A28 zaten op zondagmiddag werkelijk afgeladen met honderden dagjesmensen die zich in hun meegenomen klapstoel vergaapten aan de voorbijtrekkende vrachtwagens. Trucks zijn cult. Een status waar de auto alleen maar van kan dromen. Roland Tameling |
48 reacties | 04-08-2011 10:34
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Roland Tameling
Hobby’s:
Ik ben niet zo van het benoemen van hobby’s, omdat dat zou betekenen dat je andere dingen meteen minder waardeert of op voorhand uit zou sluiten. En da’s zonde. Muziek bijvoorbeeld: het maakt me niet uit wat het is, als het maar lekker klinkt. Enkele dingen die ik overigens erg graag doe zijn reizen, lol maken met m’n vriendengroep en – hoe verrassend – autorijden tot ik erbij neerval.
Eerste auto:
Mijn eerste auto was de absolute droomwagen van velen. Tijdens de vele kilometers die ik in dat autotechnische hoogstandje afgelegd heb, kreeg ik onderweg zeldzaam veel blikken van bewondering. Of was het medelijden? Dat laatste zou best eens kunnen, want ik heb het over een witte (nou ja, eerder naar witgeel uitgeslagen) Volvo 340 DL driedeurs uit 1987, kenteken RS-68-NV. Een 1.4-tje mét Variomatic, jazeker. Ik vond hem drie maanden na mijn achttiende verjaardag in een smerige loods en mocht hem voor 50 euro meenemen. Nadat we de losgeroeste achterklep hadden vastgezet, hield het ding het toch nog negen maanden met me uit.
Droom:
Mijn droom is om zoveel mogelijk plekken van de wereld te hebben gezien. Bij voorkeur per auto natuurlijk. Ideeën te over: met een Smart van Amsterdam naar Vladiwostok rijden, dwars door Siberië en Mongolië. Of met een klassieke Cadillac Eldorado Biarritz een tocht door Amerika maken, van het plaatsje Cadillac in Michigan naar het stadje Eldorado in Texas. Van dat soort trips slaat mijn fantasie al snel op hol…
Eigenaardigheden:
Ik heb de irritante en hoogst overbodige neiging om kentekens te onthouden en auto’s in het donker te herkennen aan hun achterlichten. Soms echt op het neurotische af. Daarnaast ben ik met m’n 2.03 meter veel te groot voor sommige auto’s. Een Mazda MX-5 bijvoorbeeld betekent voor mij: met de benen in de nek en de nek in de wind.
Hoe gekomen bij AutoWeek:
In het jaar 2000 kwam ik als groen ventje van 15 een snuffelstage van twee weken lopen op de AutoWeek-redactie, toen nog gevestigd in Hoofddorp. Zes jaar later was ik student Journalistiek, en mocht ik voor het echte werk eens terug komen voor een serieuze stage. Nog een jaar later kreeg ik, nu als groen ventje van 22, de kans om redacteur te worden. En ja, werken bij AutoWeek had wat mij betreft inderdaad ook onder het kopje ‘droom’ kunnen staan.
Laatste weblogs Roland Tameling
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties
|