Weblog | Indrukwekkende verschijning, die nieuwe XJInderdaad, over smaak valt te twisten. De een eet graag spruitjes, de ander liever pasta carbonara. Zo is het ook op het vlak van vormgeving. En dan doel ik natuurlijk op die van auto’s. De meningen zijn vaak sterk verdeeld en daarbij speelt de voorliefde voor een bepaald merk meer dan eens een grote rol. Zelf ben ik altijd wel gecharmeerd geweest van de Jaguar XJ, een enkele modelserie uitgezonderd. Dan doel ik op de XJ40, die van 1986 tot 1994 werd gebouwd. Met zijn afzichtelijke vierkante koplampen doet deze vermeende roofkat mij te veel denken aan de doorgaans inferieure vehikels van British Leyland (sorry, fans!). Hoe dan ook, de XJ belichaamde altijd de historie van het Britse merk. Met zijn klassieke lijnenspel, dubbele ronde koplampen en stijlvolle interieur maakt hij overal goede sier. Zo reed ik laatst nog door het sjieke Aerdenhout en zag bij een kapitale villa een donkergroene (vanzelfsprekend met een fraai beige leder interieur) XJ op de oprit staan. Geen nieuwe, maar eentje van bijna elf jaar oud. Handelswaarde: een schijntje. Maar op alle andere onderdelen slaagt hij cum laude. Kijk, daar kan geen elf jaar oude Mercedes-Benz S-Klasse, BMW 7 Serie of Audi A8 tegenop! Een – goed geconserveerde – XJ maakt indruk, hoe oud ook. Althans, op mij. Want ik weet: smaken verschillen. Sinds een jaar is er dan de huidige XJ. Qua ontwerp totaal, maar dan ook totaal anders dan zijn voorganger. Jaguar brak met alle tradities, zo lijkt het. En heel eerlijk: ik vond ‘m niet mooi. Inderdaad: vond. Tot nu toe zag ik hem alleen in het zwart, maar deze week naderde vanuit een zijweg een splinternieuwe XJ in een lichte kleur. Waarschijnlijk ‘Vapour Grey’, als ik de online geraadpleegde brochure mag geloven. Wat een schoonheid! Een auto waar je als bezitter met recht trots op bent. Op dat moment besefte ik mij in ieder geval één ding: Jaguar is er in mijn ogen absoluut in geslaagd om de nieuwe XJ wederom tot een indrukwekkende verschijning te maken en daarmee steekt deze topklasse limousine met kop en schouders boven veel van zijn concurrenten uit. Ik heb er helaas nog geen meter mee gereden, maar als de rijeigenschappen net zo overtuigend zijn als zijn voorkomen, dan zou ik wel weten waarop mijn keuze zou vallen! Marc Klaver |
55 reacties | 02-09-2010 11:24
Gedragsregels AutoWeek.nl:
|
Over Marc Klaver
Naam: Marc Klaver
Hobby’s: Autorijden (liefst lange trips), auto’s en mijn Kever 1200 uit september 1964, die tien dagen na mijn geboorte van de band rolde. Heerlijk, die eenvoud.
Eerste auto: Citroën GS Break van 1973, ik kocht ‘m in 1983 van een kennis van mijn ouders. Toen was tien jaar heel oud voor een auto, maar de GS had zich er heldhaftig doorheen geslagen en APK bestond nog niet. Hoofdzakelijk gebruikt om van en naar de kazerne in Bussum te rijden of om met mijn kamergenoten naar de plaatselijke discotheek te toeren. Ik was daar de enige met een auto…..
Huidige auto: BMW 3, 5 en een Kever.
Droom: Een Porsche 911 (bij voorkeur de GT2) en een eigen circuit…. Zonder dat circuit ben ik trouwens ook tevreden en als het een Carrera S wordt, zal ik niet klagen.
Eigenaardigheden: Naast snel en veilig rijden vind ik zuinig rijden –soms - ook leuk. Ben in testauto’s sowieso altijd met het verbruik bezig. En ik ken de meeste mensen van auto, niet van naam. Schijnt geen therapie voor te zijn, dus ik leer er maar mee leven.
Hoe gekomen bij AutoWeek: Deed in de avonduren (overdag gaf ik rijles) de HBO studie Journalistiek & Communicatie. Na vier jaar studeren en werken stapte ik als stagiair bij VNU in Haarlem binnen, de toenmalige uitgever van AutoWeek. Dat was in 1997. Sindsdien werk ik nog altijd met veel plezier op freelance basis voor dit tijdschrift.
Laatste weblogs Marc Klaver
Overige webloggersCategoriënLaatste reacties |