Rij-impressies  | 

Mini Cabrio

Een Limburger in LA

20 maart 2016  |  10:04  |  Tekst:
    Print     Mail     Houd me op de hoogte

‘Born in The Netherlands’, luidt de strijdkreet van de nieuwe Mini. ‘Raised in the USA’, zouden ze daar in het geval van de Cabrio aan kunnen toevoegen. Het is onder de Californische zon op dit moment namelijk een stuk aangenamer kennismaken dan in regenachtig Limburg.

Het heeft natuurlijk wel iets contradictioneels: helemaal naar de westkust van de VS afreizen om daar te gaan rijden met een auto die nota bene in ons eigen land, bij Nedcar in Born, in elkaar is geschroefd. Het grotere plaatje verklaart wellicht meer: Mini presenteert in Californië niet alleen de nieuwe Cabrio, grote broer BMW heeft er ook de M2 Coupé (zie pagina xx) en X4 M 40i (binnenkort in AW) voor ons klaarstaan. Een combifeestje dus, en laten we eerlijk zijn: het cabriogevoel wordt tegen een decor van zon, zee, strand, palmbomen en slingerende bergwegen nu eenmaal een stuk harder aangewakkerd dan op een in miezerregen gehulde Cauberg. Goed, California dus, waar de zon altijd schijnt en het dak er dus direct vanaf kan bij vertrek vanuit Los Angeles. Dat is bij de Mini Cabrio een koud kunstje; het proces gaat volledig elektrisch, kan eventueel ook rijdend tot 30 km/h of met de afstandsbediening geschieden, en duurt welgeteld 18 seconden. Dan ligt de canvas kap netjes opgevouwen achterop. Hij verdwijnt niet volledig onder een klep, dat past eenvoudigweg niet. Tenminste, technisch is het ongetwijfeld mogelijk maar dan blijft er niets meer van de bagageruimte over. En laat dat nu juist een onderdeel van de auto zijn waar Mini extra aandacht aan heeft besteed: de kofferruimte van de Cabrio is ten opzichte van zijn voorganger met ongeveer 25 procent gegroeid en meet nu 215 liter. Met de kap op, welteverstaan. In open toestand blijft er nog 160 liter over. De laadopening is niet groot maar dankzij het Easy Load-systeem, waarbij het horizontale deel boven de achterklep omhoog kan worden gekanteld, kun je grotere objecten toch nog vrij eenvoudig achterin plaatsen.

 

Always open

Door de toegenomen buiten- en binnenmaten van de nieuwe Mini in vergelijking met zijn voorganger hebben ook de achterpassagiers iets meer ruimte, al moet je je daar nog altijd niet teveel bij voorstellen. De kenmerkende halfronde rolbeugels zijn uit het zicht verdwenen, in geval van nood schieten die nu in een fractie van een seconde automatisch tevoorschijn. Een typische Mini Cabrio-gadget, de volslagen nutteloze-maar-stiekem-toch-wel-leuke ‘Always open’ meter (die bijhoudt hoeveel tijd je met de kap naar beneden rijdt) heeft het veld moeten ruimen en is nu digitaal weggewerkt in een menuutje dat je op het beeldscherm tevoorschijn kunt toveren. Tijd om LA en omgeving te gaan verkennen. We gaan op pad met de Cooper S, die wordt voortgestuwd door een 2,0-liter viercilinder turbomotor met 192 pk. Bescheidener kan ook: de One heeft een 1,2-liter 3-cilinder van 102 pk, de Cooper doet het met een 1.5 driepitter van 136 pk. Boven aan de voedselketen staat de extravagante John Cooper Works met 231 pk en wie liever dieselt, heeft keuze uit de D (116 pk) en SD (170 pk). Met de opgevouwen kap zichtbaar in de binnenspiegel (een minpunt van deze constructie) verlaten we de stad en kunnen we de Cooper S in de bergen lekker de sporen geven, waarbij de viercilinder lekker ‘vol’ klinkt en de turbo zachtjes zijn partijtje meeblaast. De vermogensopbouw verloopt heel geleidelijk, er is koppel in overvloed (280 Nm van 1.250 tot 4.000 tpm) en daardoor pakt de motor al vanaf heel laag in de toeren op. Sensationeel is het niet, maar ongemerkt is de Cooper S toch heel erg vlot.

 

Let’s motor hard!

Om het sportieve gevoel aan te dikken, ploft de uitlaat er bij gas los lustig op los en bij het terugschakelen wordt er automatisch tussengas gegeven. Alleen wanneer je het DSC volledig uitschakelt, gebeurt dit niet. Als vanouds kun je de Mini heerlijk door de bochten smijten, al zit je bij deze uitvoering vrij snel aan de grenzen van zijn kunnen. Dat komt voornamelijk door het ontbreken van een sperdifferentieel, waardoor het binnenste voorwiel al spoedig in het luchtledige staat te malen. Voor het serieuze stuurwerk moet je de JCW-versie hebben, die een sportonderstel, betere remmen en een sper tussen de voorwielen heeft. Met onze Cooper S, overigens ook bedeeld met een behoorlijk straf onderstel, is het gewoon heerlijk cruisen, ben je verzekerd van ruim voldoende power en kun je – zeker in de Sport-modus (waarbij op het beeldscherm het aansporende maar tegelijkertijd wat knullige ‘Let’s motor hard!’ verschijnt) nog altijd bovengemiddeld vlot een bergpas te grazen nemen. Een eenvoudig te monteren windschermpje achter de voorstoelen zorgt ervoor dat de wind weinig vat op de inzittenden heeft. Wat wél vat op ons krijgt, zijn de bochten van Mulholland Drive en de rest van de fantastische omgeving ten noorden van LA. Met alle respect voor eerdergenoemde Cauberg, maar de Mini Cabrio komt hier toch nog nét wat beter tot zijn recht.

mail naar een vriend plaats dit bericht op nujij plaats dit bericht op linkedin

Probeer de vernieuwde AutoWeek 4 weken gratis! (Advertorial)

En maak bovendien ook nog eens kans op een van de 3 onvergetelijke Auto Avonturen!   Lees verder
Probeer de vernieuwde AutoWeek 4 weken gratis!