Slideshow

Kijk, dát bedoel ik nou!

Enkele weken geleden luchtte ik op deze pleknog mijn hart over de droge, zakelijke aanpak van autofabrikanten, waarbij het economische resultaat van een model steeds meer de overhand krijgt. Met als gevolg: steeds middelmatiger auto's, die vooral geen risico's durven te nemen. Een verhaal dat op deze site gelukkig heel wat bijval kreeg.

En toen was daar ineens Alfa Romeo met de onthulling van de nieuwe 4C. Kijk, dat bedoel ik nou! Dit is de aanpak waar ik van hou. Alfa toont met die nieuwe sportwagen de lef om een model op de markt te zetten dat niet alleen de tongen los maakt, maar ook het verlangen naar een automerk in één klap weer brandend weet te krijgen. Want heus: ik vind Alfa Romeo een mooi merk, maar door de oorverdovende stilte op modelgebied waren de Italianen al een tijdje niet langer – om maar eens een reclameterm te gebruiken – top of mind. Mito en Giulietta, die kennen we nu wel. Maar dan de 4C, een wulpse warmbloed die als Cupido's pijl mijn hart een sprongetje laat maken. Begeerte. Lust. Ik wil hem.

En dat is precies wat het sexy tweezittertje voor elkaar moet zien te krijgen. Natuurlijk is ook deze 4C vooral een rollende businesscase. Want hoe veel mensen zullen deze coupé nu daadwerkelijk voor hun huis gaan zetten? Tien, in heel Nederland? Maakt niet uit, want puur door zijn bestaan maakt deze 4C de rest van het gamma meteen een stukje leuker. En zo werkt het straks in Amerika, waar de Italianen hun langverwachte rentree willen gaan maken, natuurlijk ook. Een succesvolle chipengineer in Silicon Valley kan zich een 4C veroorloven en flaneert opzichtig door de Sunshine State, waardoor de Giulietta van Bob en Jenny uit Buttcrack, Mississippi toch net dat beetje extra glans krijgt. Psychologie van het zuiverste water, maar het werkt wel. Mits die 4C natuurlijk stuurt zoals hij er uit ziet, maar volgens mij zit dat wel goed… Een imagobouwer in de dop.