 |
|

In 1956 krijgt Sir Alec Issigonis van Austin/Morris opdracht, een klein model onder de Morris Minor te tekenen. De auto moet kleiner zijn dan de Minor, bij minimale exterieurmaten maximale ruimte bieden aan vier personen, betaalbaar zijn en een reeds bestaande BMC-motor gebruiken. De auto moet binnen drie jaar klaar zijn. Het project krijgt al snel vorm onder de codenaam ADO15 (waarbij ADO staat voor Austin Drawing Office).
Issigonis besluit de auto te voorzien van voorwielaandrijving en een dwarsgeplaatste motor, met de versnellingsbak eronder geplaatst. Onder de krukas om precies te zijn, in een speciaal oliecarter. De wielen zijn ver op de hoeken van de auto geplaatst en worden slechts 10 inch groot; Dunlop ontwerpt speciaal voor deze nieuwe maat een passende band. Door al deze slimme constructiedetails biedt de kleine auto relatief veel binnenruimte. Het onderstel is al even revolutionair: de Hydralastic wielophanging met rubber elementen. Om kosten te sparen, krijgt de auto scharnieren aan de buitenzijde van de portieren. Onder het motorkapje komt een viercilinder van 848 cc te staan, die 34 pk levert.
In juni 1959 begint de productie en in augustus van dat jaar vindt de officiële introductie plaats, als Austin Seven en Morris Mini Minor. In 1960 neemt de Mini voor het eerst deel aan de prestigieuze Rally Monte Carlo, met als resultaat een 23e plaats. In september 1961 zorgt John Cooper voor opwinding door de introductie van zijn snelle Mini Cooper, met een tot 997 cc vergrote motor, die het tot 55 pk schopt. In 1962 wordt de naam Seven vervangen door Mini. Pat Moss behaalt de eerste overwinning in een internationale rally (de Tulpenrally) voor de Mini Cooper. Voorjaar 1963 verschijnt de nog sterkere Mini Cooper S. Deze heeft een 1.071 cc viercilinder met 70 pk. In 1964 wint Paddy Hopkirk met een Mini Cooper voor het eerst de Rally Monte Carlo (de Mini wint ook in 1965 en 1967). De Cooper krijgt een 998 cc motor, de Cooper S biedt voortaan keuze uit een 970 cc en een 1.275 cc viercilinder in plaats van de 1.071 cc. In 1965 wordt een mijlpaal bereikt: er zijn al 1 miljoen Mini’s geproduceerd. In 1967 lost de Mk 2, met lichte aanpassingen aan het exterieur, de eerste serie Mini’s af. De Mini is ook als luxe Wolseley en – in licentie door Innocenti – in Italië gebouwd. Van de Austin Mini verscheen ook de Countryman, een stationwagonuitvoering. De Mini is in talloze varianten doorgebouwd tot 2000.

Technische gegevens Austin Mini
| Bouwjaren | 1959-1967 | 1961-1964 | 1964-1971 |
| Bouwwijze | 4 cil., lijn | 4 cil., lijn | 4 cil., lijn |
| Cilinderinhoud | 848 cc | 997 cc | 1275 cc |
| Brandstof | benzine | benzine | benzine |
| Aandrijving | voor | voor | voor |
| Vermogen | 34 pk/5500 tpm | 55 pk/6000 tpm | 76 pk/5800 tpm |
| Koppel | 60 Nm/2900 tpm | 73 Nm/3600 tpm | 96 Nm/3000 tpm |
| Lengte | 305 cm | 305 cm | 305 cm |
| Breedte | 141 cm | 141 cm | 141 cm |
| Hoogte | 135 cm | 135 cm | 135 cm |
| Wielbasis | 204 cm | 204 cm | 204 cm |
| Massa | 640 kg | 584 kg | 650 kg |
| Topsnelheid | 116 km/h | 135 km/h | 154 km/h |
| Acceleratie | 25 s | 17,5 s | 11,5 s |
| Prijs | - | - | - |
| Productieaantal | - | - | 40153 |

|
|
Foto's en video's bij dit artikel
Reviews van deze klassieker
|
|
 |